Commissiebijdrage Save: intensief, onmacht en nu verder

Oud en jong.jpgdonderdag 16 mei 2019 11:36

De afgelopen maanden heeft de gemeenteraad in Utrecht veel gesproken met betrokken van jeugdzorgorganisatie Save/VT. In de commissiebehandeling op 14 mei 2019 voerde onze fractievoorzitter Rachel het woord met onderstaande bijdrage. Hoe hebben we de gesprekken met ouders ervaren? Welke route ligt er nu voor ons?

Proces

Het was de afgelopen maanden een intensief traject. Waardering voor het feit dat we hier als woordvoerders Jeugd samen in zijn opgetrokken. Ook mijn dank voor de ondersteuning vanuit de griffie. 

De gesprekken met melders waren eigenlijk in alle gevallen schrijnend en verdrietig. We hebben radeloze ouders en betrokkenen (zoals grootouders) gesproken die de moed hadden om hun verhaal te doen. En soms hadden ze ook gewoon niets meer te verliezen. In veel gevallen had deze strijd met de jeugdbescherming ook veel impact op andere aspecten van hun leven, geen werk meer, soms geen kinderen meer thuis, schulden of ernstige gezondheidsproblemen.

Complexiteit 

Maar wat ook meer dan eens duidelijk werd is dat elke casus ook heel complex is en meerdere perspectieven heeft. Ouders voelen zich gevangen en tot vijand bestempeld in een wereld die niet luistert en eigen fouten niet corrigeert, maar afwentelt op gezinnen. Jeugdbeschermers, zo blijkt, voelen zich soms echt onmachtig: uitgescholden of verbale bedreigingen door ouders, opgejaagd door de afgenomen tolerantie voor fouten, druk vanuit de media en de politiek, overwerkt en ingesnoerd in een bureaucratisch korset. Hun werk vindt plaats in de voorlinie van de jeugdbescherming waarin hun handelen en afwegingen, vaak in complexe situaties, verregaande gevolgen kunnen hebben voor kinderen, ouders en hun familie. En ja, kinderen raken beschadigd in onveilige opvoedingssituaties. Bijvoorbeeld waar volwassenen elkaar soms naar het leven staan en ondertussen niet de verantwoordelijkheid nemen om hun kinderen te vrijwaren van de onderlinge strijd. Ingrijpen moet dan leiden tot een verbetering van de situatie van het kind, maar ingrijpen op zich kan ook traumatische effecten hebben. Altijd moet je je als jeugdbeschermer afvragen: is het middel niet erger dan de kwaal? Wat gebeurt er als je iets doet, wat gebeurt er als je niets doet? Níet kiezen is geen optie. Ga er maar aan staan. 

Rode lijnen, paar centraal 

Er is al veel gezegd over de rode lijnen. Ik wil er een paar uitlichten. 

Klachten en communicatie: 

We zouden als CU dit onderwerp willen versimpelen naar drie aspecten. 1: helder weergeven waar ouders onafhankelijk hun klacht kunnen doen. En dat goed organiseren. En over dat proces van klachten heel open en transparant zijn. 2: sorry zeggen als het niet goed is gegaan. Dat zou zo helend kunnen zijn geweest voor veel betrokken die we hebben gesproken. En dat is zeker niet in alle gevallen gebeurd. 3: fouten die gemaakt worden ook echt in het dossier aanpassen. Niet laten zitten, maar gelijk doen. 

Waarom is het voor Save/VT ook goed als er een goede, transparante klachtenregeling komt? Omdat een klacht veel recht kan zetten, maar ook ontkracht kan worden. De realiteit is namelijk dat drie op de vier medewerkers in jeugdzorg te maken krijgen met verbale agressie, blijkt uit onderzoek van FCB, een platform van de sociale partners in de jeugdzorg. In 2018 kreeg 42 procent te maken met bedreiging of intimidatie, en 39 procent met fysieke agressie. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat ruim eenderde vindt dat agressie simpelweg bij het werk hoort. Nog eens 39 procent laat zich bij de uitvoering van het werk niet hinderen door een agressieve bejegening.En het blijkt ook dat jeugdbeschermers soms zelf in de strijd getrokken worden. Binnen de jeugdzorg belooft het sámen met ouders en kinderen te doen. Maar in de praktijk heerst ook best wantrouwen en soms tunnelvisie. „Ouders worden wel gezien als dreiging die moet worden geneutraliseerd”. „Maar eigenlijk hebben ze hulp nodig, omdat zij of hun kinderen het moeilijk hebben.”

Ik zou dat ook graag reactie van de wethouder horen op de transparanter en inzichtelijker omgaan met klachten. Wat CU betreft is een klacht zeker geen typering van een slechte organisatie. Een klacht geeft dus voor Save/VT aan dat er nog eens goed naar de casus gekeken kan worden en het zou dan zomaar eens kunnen zijn dat de begeleiding aan kinderen en hun ouders daar veel beter van wordt. 

Professionaliteit van de medewerkers

Werkervaring en wisselingen: Eigenlijk zouden beginnende jeugdbeschermers al een paar jaar ervaring in de jeugdzorg moeten hebben. Het is een zwaar vak: je moet ingrijpende besluiten nemen over kinderen met complexe problemen, in moeilijke gezinssituaties en vaak tegen de zin van de ouders. Maar mensen met ervaring zijn schaars in de huidige markt en jeugdbeschermers gaan vaak direct vanuit de schoolbanken aan het werk. Daarnaast is de caseload hoog: een gedragswetenschapper heeft een team van jeugdbeschermers onder zich en elk lid van dit team heeft bij een fulltime aanstelling wel 28 gezinnen onder zijn hoede. De gedragswetenschapper moet alle behandeltrajecten overzien. Maar het zijn er veel te veel om al die processen goed te volgen. In veel gevallen kunnen de gedragswetenschappers het kind helemaal niet zien en volgen zij het dus via papier. Wat is de reflectie van de wethouder hierop? En melders geven ook aan dat er veel wisselingen zijn in contactpersonen. Save/VT geeft aan dat er inderdaad wel gewisseld wordt (verlof, vakantie, mis match tussen hulpverlener en gezin), maar dat ze dit niet inzichtelijk hebben gemaakt tot nu toe. Graag een reactie van de wethouder. 

Complexe scheidingen: Save/VT geeft zelf aan dat de toename van complexe casuïstiek te maken heeft met een toename van heftige scheidingssituaties. De uitdaging waarvoor hulpverleners in dit soort situaties staan is om emoties, frustraties en onmacht van de ouders een plek te geven zonder het tot een strijd te laten worden, daadwerkelijk in het belang van het kind. Wat kan de wethouder doen om juist deze complexe opgave van de jeugdbeschermers te verlichten? Wat doet de gemeente nu al in preventieve zin en wat kan de gemeente nog meer betekenen zodat ouders niet hun strijd voeren ten koste van hun kinderen en de jeugdbeschermer het maar moet oplossen. 

In het belang van de veiligheid van het kind: Wat we veel terug hoorden was de zin: „In het belang van de veiligheid van uw kinderen en het in ontwikkeling bedreigde kind beschermen”. Dat heeft als gevolg blijkbaar: bij twijfel ingrijpen. Veel hoorden we ook de zin: de begeleiding van Save is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Het paradoxale gevolg is dat er voor schade door onnodig of onzorgvuldig ingrijpen nauwelijks aandacht is. En omdat veiligheid nooit te garanderen is, heeft de jeugdzorg iets van een fuik. Je komt er wel binnen, maar vertrekken is praktisch onmogelijk. Dat gaven de melders ook aan. Je komt in een slechte film terecht waar je niet voor hebt gekozen en waarvan je een rol krijgt toebedeeld waar je zeer moeilijk vanaf komt. De hulpverleners bij Save/VT moeten die beoordeling van veiligheid en bedreiging in de ontwikkeling toch echt beter expliciteren. Ik hoor graag van de wethouder zijn reflectie hierop. Een van de oplossingen zou wat de CU betreft zijn om te beginnen bij het echt centraal stellen van het kind. Ik kom daar later op terug.  

Te zware rugzak: volhouders binnen de jeugdbescherming worden bovenmatig belast. Ik sprak wel gedragswetenschappers en ook medewerkers die ook zelfs op weg naar hun vakantie nog bellen, appen en mailen om zaken goed af te ronden, in de hoop dat het goed gaat als zij weg zijn. Als je telkens over de grens gaat, wordt dat de norm. Zeker met de nieuwe verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Het wordt een professionele norm om melding te doen bij VT als er vermoedens zijn van acute en structurele onveiligheid. Ik zie de werkdruk alleen maar toenemen. Zouden we niet in Utrecht kunnen kijken of we als jeugdzorgorganisaties ruimhartiger kunnen samen werken op het niveau van uitwisseling van personeel. Denk bijvoorbeeld aan roulatie na een paar jaar (en dan geen roulatie van VT naar Save en terug, maar breder binnen het jeugdzorgveld). Ook hier graag een reflectie van de wethouder.  

Rapportages 

Wie schrijft die blijft zeggen we wel eens. En dat is dus in dit dossier echt aan de orde. Als een bepaalde gekleurde waarneming eenmaal in het dossier staat (en in best veel gevallen begint dat opbouwen van dat dossier niet bij VT, maar bij de organisaties daarvoor) is het heel moeilijk gebleken om de andere kant van het verhaal te berde te brengen. Er wordt een gebrek aan kwaliteit en objectiviteit van verslaglegging genoemd door melders. Op 6 juni 2018 heeft minister Dekker een actieplan gepresenteerd waarin staat dat jeugdbeschermingsorganisaties de basisbeginselen van deugdelijk feitenonderzoek beter moeten toepassen. Rapportages en verzoekschriften moeten voor kinderen en ouders begrijpelijk zijn en het doel ervan moet duidelijk zijn. Professionals moeten altijd hoor en wederhoor toepassen, kinderen en ouders inzage geven in dossiers en verkeerde informatie uit dossiers verwijderen of markeren als niet correct. Juni 2020 is het moment van de evaluatie van dit actieplan. Heel graag zien we als CU de uitkomsten hiervan gedeeld in de raad voor de jeugdbeschermingsorganisaties in Utrecht. Graag een reactie van de wethouder.

Ouder en kind centraal 

Diep in de genen van de sector zit het fenomeen dat de branche kinderen ‘redt’ van ouders die het niet goed doen. Maar zelfs in heftige situaties heeft een kind behoefte aan ouders. Uiteindelijk wil elk kind van zijn ouders voelen: mag ik er zijn, deug ik? Als je niet bij de ouders begint, hoef je eigenlijk niet eens te proberen het kind te helpen. Ik noemde al eerder de angst die er wel is in de jeugdbescherming en die het handelen stuurt. Na de vervolging van de gezinsvoogd van de in 2004 vermoorde Savanna werd in de hulpverlening gesproken van een ‘Savanna-effect’: jeugdbeschermers namen minder risico uit angst dat ze zouden worden vervolgd als het fout ging. Een gevolg was dat het aantal kinderen dat onder toezicht werd gesteld en uithuisgeplaatst flink toenam, zeker ook in Utrecht het geval. Een van de dingen die opvalt in het recente onderzoek van Vers Beton en NRC naar de huidige situatie van de jeugdzorg, is dat er opnieuw een beeld naar voren komt van een angstcultuur – ‘angst om iets te missen, om een dood kind te vinden en daarvan de schuld te krijgen.’ En die angst kan er dus toe leiden dat we ouders te weinig zelf verantwoordelijkheid laten houden en te snel hun kinderen afpakken of daarmee dreigen, in plaats van ze te verzekeren dat ze betrokken blijven en dat ze daarbij zullen worden geholpen.

Wetenschappelijk onderzoek (VU) binnen jeugdbescherming en jeugdhulpverlening heeft aangetoond dat het betrekken van kinderen in de besluitvorming kinderen helpt in hun ontwikkeling en bijdraagt aan beter passende interventies. Ouders en grootouders die we hebben gesproken gaven dat ook veelvuldig aan. Ze zeiden: kijk en luister nou eens goed naar de kinderen, soms waren de kinderen in het traject niet of nauwelijks gezien of gehoord. De praktijk laat zien dat, ondanks dat het een recht is van kinderen om betrokken te worden bij dit soort beslissingen, het lastig is voor de professionals dit ook daadwerkelijk te doen. Hier ligt dus echt een kans. De CU heeft al vele jaren gepleit voor werken met het familieplan. Dat krijgt steeds meer vorm hoor ik ook van de jeugdhulpverleningsorganisaties in Utrecht, maar we vinden het lang duren. We zouden graag de uitkomsten van het werken met het Familieplan willen horen en dan ook hoe het kind dat echt centraal staat en gehoord wordt. Graag een reactie van de wethouder. 

En hoe nu verder

Iemand deed laatst de volgende uitspraak: organistiecultuur is als het niet zien van je eigen neus. En dat geldt ook voor Save/VT. Voor een verandering zijn vaak anderen daarbij nodig. We zouden van de wethouder graag horen wat nu het plan is dat Save/VT hopelijk heeft om meer openheid over eigen functioneren te bewerkstelligen. En hoe zij zaken als rapportages, klachtenafhandeling, personeelsbeleid en communicatie beter gaan doen.

We hebben als CU gezien dat de wethouder, in nauwe samenspraak met wethouders in de regio, het functioneren van Save/VT op de voet volgt en daarop scherp is. Dat geeft ons als CU vertrouwen. Tevens zouden we als CU graag horen wat Save/VT kan doen in het herstel van het vertrouwen bij die melders die ons hebben gemaild en gesproken. En hoe we als raad dat kunnen volgen. Graag een reactie van de wethouder.  

***

De wethouder antwoordde dat er een plan van aanpak wordt gemaakt. Dit wordt gedeeld met de gemeenteraad. De rode lijnen die we hebben geschetst worden daarin ook meegenomen. Net als wij ziet de wethouder dat er iets moet veranderen in de organisatie: de luiken moeten open. In deze complexe werkzaamheden is er uiteindelijk toch veel te verbeteren, gaf de wethouder aan. Met andere wethouders uit de regio gaat de wethouder hiermee samen optrekken. Ook in de afgelopen periode is er al veel gesproken met de Raad van Toezicht en het bestuur van Save/VT. 

Naast plan van aanpak in het komende jaar organiseert het college vier momenten om mee te kijken en om te toetsen of de verbeteringen slagen. Na een jaar wordt er geëvalueerd.