Lessen van de Uithoflijn

Tramvrijdag 21 december 2018 11:59

Donderdag 20 december sprak de gemeenteraad over de Uithoflijn. Vrijwel exact een jaar eerder, op 21 december 2017, ontving de gemeenteraad een brief van burgemeester en wethouders waarin stond dat er een akkoord was bereikt over de verdeling van de extra kosten van de Uithoflijn. Zowel de gemeente als de provincie moesten miljoenen extra betalen, in totaal 84 miljoen euro.

Dit leidde tot veel beroering bij de gemeenteraad en provinciale staten, en uiteindelijk tot een onderzoek van de rekenkamers van provincie en gemeente. Hun rapport ‘Samen Sturen’ kwam begin december uit. De hoofdconclusie is dat de bestuurlijke en ambtelijke aansturing van het project Uithoflijn en de informatievoorziening belangrijke tekortkomingen vertoonden. De gemeente Utrecht en de provincie Utrecht hebben bij de gezamenlijke aansturing van het project onvoldoende invulling gegeven aan het principe ‘beste voor het project’. Ook deden de rekenkamers een flink aantal aanbevelingen voor verbeteringen.

Motie van wantrouwen

Deze conclusies waren niet mals. Er is veel misgegaan. Tijdens het debat hierover herhaalde ChristenUnie-raadslid Jan Wijmenga de eerdere analyse van Jolande Uringa (raadslid tot maart 2018): ”Het is een ramp voor de stad, we zijn niet alleen veel geld kwijt, maar ook moeten er langer bussen door de stad rijden, met alle overlast daarvan, en is er voor reizigers naar het Science Park geen goed en snel openbaar vervoer.” Een aantal fracties dienden tijdens het debat een motie van wantrouwen in, gericht op wethouder Van Hooijdonk. De ChristenUnie steunde deze motie niet. Jan Wijmenga: ”Ik zie veel verbetering in de manier waarop het project wordt aangestuurd door de wethouder en de gedeputeerde. Ze zijn zeer serieus aan de slag gegaan. Ook zie ik geen aanwijzingen dat de wethouder de gemeenteraad bewust informatie heeft onthouden of informatie zou hebben gestuurd die niet waar was. Daarmee houd ik vertrouwen in deze wethouder.”

Ook een motie van afkeuring, ingediend door de hele oppositie, kreeg geen steun van de ChristenUnie. Wijmenga daarover: ”In andere gevallen zou dit een terechte motie zijn geweest. Maar ook de gemeenteraad heeft steken laten vallen. We zijn niet alert geweest op de signalen die we kregen dat het project verkeerd liep. Bovendien hebben we meerdere keren als raad ingestemd met het project, ook met zaken waarvan de rekenkamers nu tegen ons zeggen dat dat anders had gemoeten. Om dan alleen naar de wethouder te wijzen, dat vind ik niet eerlijk.” Beide moties kregen uiteindelijk geen meerderheid.

Vooruitkijken

De ChristenUnie wilde tijdens het debat niet alleen terugkijken, maar ook vooruit. Om met de aanbevelingen aan de slag te gaan, heeft Jan Wijmenga samen met een aantal andere partijen de motie ‘Lessen voor grote en complexe projecten’ ingediend. Deze motie is unaniem aangenomen. In de motie vraagt de raad om een Utrechtse variant op de landelijke ’Regeling grote projecten’. Hierin moeten duidelijke afspraken komen over de informatievoorziening van de gemeenteraad bij dit soort projecten en over de rol van adviesraden. Tijdens het werk aan Uithoflijn is er ook zo'n raad geweest, maar de Rekenkamers merken op dat er tekortkomingen zijn in de informatieverstrekking tussen raad, college en adviesraad.

Nu de motie is aangenomen zullen snel eerste stappen worden genomen, zoals de organisatie van een expertmeeting en raadsinformatiebijeenkomst. De motie vraagt ook nadrukkelijk om betrokkenheid van de griffie bij deze regeling: het moet een project worden van de gemeenteraad én burgemeester en wethouders. De op te zetten ‘Regeling grote projecten’ zal ook een kader zijn waarin voorbeelden en ervaringen van andere gemeentes en het Rijk worden betrokken. Omdat er de komende tijd andere grote projecten aankomen, zoals de Noordelijke Randweg Utrecht, zal deze ‘Regeling grote projecten’ op korte termijn ingezet kunnen worden.