ChristenUnie bezorgd over biomassacentrale Utrecht

Kolencentralewoensdag 31 januari 2018 12:02

In het streven naar groenere energie moeten soms lastige beslissingen worden genomen. Als de overgang naar totaal groen op korte termijn niet haalbaar is, kunnen we dan genoegen nemen met een brugoplossing? Of remt dat verdere innovatie juist af? Een nieuw onderzoek in Wageningen zetten deze vragen op scherp.

Deze vragen speelden vorig jaar bij het besluit over de biomassacentrale (begin 2017). De antwoorden van de wethouder worden nu bevraagd door de raadsleden Jolande Uringa (ChristenUnie) en Eva van Esch (Partij voor de Dieren).

Een van de kritieke punten zit hem in de herkomst van het hout dat wordt gebruikt voor de centrale. Als dat van veraf moet komen, brengt dat een behoorlijke milieubelasting met zich mee. In de discussie vorig jaar beloofde de wethouder dat de herkomst van het hout wordt vastgelegd in een zogenaamde Samenwerkingsovereenkomst. Uit het onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt dat de voorraad hout voor een eventuele centrale in Ede niet genoeg is. Dat heeft mogelijk ook consequenties voor de Utrechtse situatie.

Zonder lokale houtmassa van snoeihout en tuinafval (natuurlijke aanwas) moet deze of speciaal worden geïmporteerd of speciaal worden gekweekt, beide varianten zijn niet duurzaam, verre van CO2-vriendelijk en slecht voor de wereldwijde biodiversiteit.

De partijen bevragen de wethouder daarom of verdere garanties kunnen worden gegeven, bijvoorbeeld ook over de maatregelen die kunnen worden genomen als Eneco als leverancier tekortschiet in de duurzaamheidsambities.

Raadslid Jolande Uringa: “Dit college heeft als ambitie uitgesproken om in 2030 klimaatneutraal te opereren. Dat is veelbelovend, maar vereist ook dat de wethouder kritisch kijkt naar de instrumenten (zoals de biomassacentrale) die zij in handen heeft.” De twee partijen hebben hun vragen schriftelijk ingediend; de wethouder geeft binnen zes weken antwoord.

« Terug