Opinieartikel ND: 'Lokale strijd om thuisonderwijs'

Onderwijs.pngdonderdag 09 februari 2017 14:48

Het thuisonderwijs in Utrecht staat onder grote druk. In een opinieartikel in het Nederlands Dagblad roept fractievoorzitter Maarten van Ooijen de gemeente Utrecht op te stoppen met het strafrechtelijk vervolgen van goedbedoelende ouders.

De vrijheid van onderwijs staat onder druk, en dat merken we in campagnetijd. Verschillende politieke partijen (GroenLinks, SP, PvdA) hebben zich meermaals laatdunkend of afkeurend uitgesproken over de vrijheid om een eigen school te stichten. Maar dat is niet de enige vrijheid in de Leerplichtwet. Op basis van artikel 5 hebben ouders namelijk de vrijheid om in bepaalde gevallen thuisonderwijs te bieden. Een vrijheid die de gemeente moet waarborgen. Maar ook lokaal blijkt de strijd tegen de vrijheid van onderwijs ingezet.
 
vrijgesteld
Thuisonderwijs, hoe zat dat ook alweer? Ouders kunnen worden vrijgesteld van de plicht om hun kinderen op een school in te schrijven als zij ‘tegen de richting van het onderwijs (…) overwegende bedenkingen hebben’ (Leerplichtwet, artikel 5b). Ofwel: als ouders geen school kunnen vinden die de religie of levensovertuiging van het gezin uitdraagt en bevordert, hebben zij het recht hun kind thuis te houden. Wel hebben zij dan – in het kader van het recht op ontwikkeling van een kind – de plicht om passend (thuis)onderwijs te regelen. Voor sommige ouders een uitkomst, bijvoorbeeld wanneer zij deel uitmaken van een kleinere geloofsstroming die in Utrecht geen eigen school kan stichten.
 
onmogelijke eisen
Toch heeft de gemeente Utrecht het op deze gezinnen voorzien: sinds twee jaar wordt via onmogelijke eisen getracht het thuisonderwijs onmogelijk te maken.
Terwijl de vrijstelling van ouders jaar na jaar erkend was, werden er opeens ‘aanvullende eisen’ gesteld aan de jaarlijkse ontheffing. Ouders moesten niet langer aangeven waarom zij bezwaar hadden tegen de onderwijsrichtingen in de omgeving, maar per individuele school in een straal van twintig kilometer beschrijven waarom zij hun kind hier niet heen wilden sturen. Bovendien werd er verlangd dat er met elke school contact opgenomen werd. Scholen zouden immers rekening kunnen houden met de bezwaren en het onderwijs daarop aanpassen, zo werd geredeneerd.
Voor goedwillende ouders betekende de verandering dat zij honderden (!) scholen individueel moesten aanschrijven om hun bezwaren kenbaar te maken.
Daarmee was de kous niet af. Hoewel ouders hun uiterste best deden te voldoen aan de onmogelijke gemeentelijke procedure, werd er geconcludeerd dat de gemeente niet kon beoordelen of de vrijstelling gerechtvaardigd was. Met dat argument werden de zaken overgedragen aan het Openbaar Ministerie. De uitkomst van het juridische proces is momenteel nog ongewis. Eén gezin is aanvankelijk veroordeeld, maar vervolgens in hoger beroep gegaan. Gezinnen met vergelijkbare zaken in Amsterdam en Nijmegen zijn in hoger beroep inmiddels vrijgesproken.
 
strafblad
En zo zien we de strijd tegen onderwijsvrijheid op lokaal niveau. Onschuldige ouders die al jaren hun kinderen met volle toewijding thuisonderwijs geven, moeten zich opeens met hand en tand verdedigen in de rechtbank. Met tot gevolg: bij veroordeling een strafblad, spanningen in het gezin, en hoge juridische kosten die het de kinderen onmogelijk maken om nog zwem- of muziekles te volgen.
De gemeente Utrecht beroept zich op ‘het recht van het kind om naar school te gaan’. Maar is het in dit geval niet véél meer in het voordeel van ‘het kind’ om deze gezinnen de ellende van strafrechtelijke vervolging te besparen, de wet op de juiste manier te interpreteren, en op constructieve wijze in gesprek te gaan over het onderwijs dat gegeven wordt? <
 
Nederlands Dagblad, 7 februari 2017

« Terug