Wonen: plek voor iedereen

Plusje

Veel mensen willen in het mooie Utrecht wonen. De vraag naar woonruimte is enorm. Na een lastige periode op de woningmarkt bloeit deze nu als tevoren. Iets té hard, waardoor bepaalde groepen amper terecht kunnen in de stad en de prijzen sterk stijgen. Dat de vraag naar wonen in Utrecht toeneemt, is op zich niet verkeerd en laat zien dat het hier goed wonen is. De ChristenUnie wil wel dat de gemeente de groei begeleidt. We willen dat er goede nieuwe buurten gebouwd worden, waar mensen over vijftig jaar nog altijd prettig kunnen leven: gemengde buurten met voldoende voorzieningen en groen. Niet de groei of het geld moet leidend zijn, maar de mensen die er komen te wonen.

We moeten de gemeente Utrecht niet als eiland zien. Veel mensen die in Utrecht wonen, werken in de regio, of andersom. Daarom moet de gemeente samen met de omliggende gemeenten en provincie inzichtelijk maken wat de vraag en het aanbod op de regionale woningmarkt is. Ook moet er blijvend geïnvesteerd worden in goede fiets- en OV-verbindingen tussen Utrecht en de omliggende gemeenten.

Voor de komende periode is het belangrijk dat de druk van de ketel gaat. Daarvoor is het nodig dat er meer aanbod komt. Er moet bijgebouwd worden, maar op een verstandige manier. De prioriteit ligt daarbij bij het bouwen in oude industriegebieden, transformatie van kantoren en andere plekken in de bestaande stad. In de stad mag bouwen niet ten koste gaan van groen en ook natuurlijke landschappen in en rond de stad willen we zoveel mogelijk beschermen. De afgelopen jaren is het aandeel sociale huurwoningen afgenomen, terwijl er een grote vraag is naar goedkope woningen. Daarnaast zien we een steeds grotere groep een- en tweepersoonshuishoudens. Een deel daarvan wordt gevormd door de uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang en voor statushouders. Dat betekent dat een deel van het woningaanbod kleiner kan zijn, met een minimum van veertig vierkante meter.

Wij vinden het belangrijk dat Utrecht een plek is voor iedereen. Bepaalde groepen redden zichzelf op de markt. Groepen die het lastiger hebben om een woning te vinden zijn bijvoorbeeld mensen met een laag inkomen, mensen die extra zorg nodig hebben, maar ook starters en jonge gezinnen met een inkomen tussen sociale huur en duurdere koop. We willen dat er ook voor deze groepen aandacht is, onder andere in samenwerking met corporaties. Ook willen we dat ontwikkelaars worden uitgedaagd om ook voor deze groepen te bouwen. We streven naar een ongedeelde stad. Dat betekent een evenwichtige spreiding van de verschillende categorieën woningen over elke wijk. Dus ook in de ‘gegoede’ buurten moet aanbod zijn in het sociale huursegment. Aan de andere kant moeten er in de wijken met een hoog aandeel sociale huur, duurdere woningen komen. Zo kunnen mensen wooncarrière maken in de eigen wijk en gaat de draagkracht in de wijk omhoog.


Welke concrete maatregelen moet de gemeente nemen?

  • De gemeente stelt een nieuwe Woonvisie op, samen met de betrokken stakeholders en in afstemming met de provincie en omliggende gemeenten.
  • Utrecht zet in op binnenstedelijk bouwen (inbreiding), bij voorkeur op voormalige kantoorlocaties en dergelijke; inbreiding moet zo min mogelijk ten koste gaan van groen (en dat moet anders gecompenseerd worden); indien uitbreiding toch nodig lijkt te zijn, moeten de mogelijke locaties goed worden onderzocht.
  • De gemeente stuurt middels prestatieafspraken met de corporaties op de volgende punten: er komen kleinere woningen (minimaal veertig vierkante meter); sociale huurwoningen worden verspreid over de stad; er wordt ingezet op jongerencontracten.
  • De proef met vijfjaarscontracten wordt doorgezet naar staand beleid.
  • Bij nieuwbouw of grootschalige renovatie wordt via het programma van eisen sterker gestuurd op doelen van de gemeente, zoals duurzaamheid, betaalbaarheid en geschiktheid voor de beoogde doelgroep.
  • Nieuwbouwwoningen kennen in Utrecht een vaste prijs en een non-speculatiebeding; de gemeente gaat actief tegen dat zulke woningen bij opbod verkocht worden, om prijsopdrijving en een, voor sommige groepen, ontoegankelijke stad te voorkomen.
  • In Overvecht en Kanaleneiland komen meer (middel)dure huur en koopwoningen, zodat de wijk gemengder wordt. Dit kan onder andere door het opknappen van de verouderde bestaande voorraad, die daarmee meteen energiezuiniger worden gemaakt.
  • De gemeente faciliteert woonvormen waarbij wonen en zorg worden gecombineerd. Mantelzorgers die een woonvraag hebben worden door de gemeente op weg geholpen.
  • Het huidige beleid om hoge huren van studentenkamers tegen te gaan (via de Huurcommissie) wordt voortgezet.
  • De gemeente stuurt op het aantal studentenkamers in een straat om overlast en clustering te voorkomen.
  • De gemeente stimuleert het energiezuinig maken van woningen, met specifieke aandacht voor studentenwoningen.
  • Bij nieuwbouw is energieneutraal (nul-op-de-meter) de minimumeis.
  • Middeldure huur wordt als specifieke categorie in bestemmingsplannen opgenomen.
  • Er komt een verhuisadviseur voor ouderen die in een particuliere woning wonen.

« Terug